Thesaurus
De ODIS-databank wordt inhoudelijk ontsloten door middel van trefwoorden.
Deze dienen enkel om inhoudelijke aanduidingen te geven. De namen
en titels kunnen immers allemaal in full-text worden opgezocht en
met elkaar in verband gebracht. Er wordt een onderscheid gemaakt
tussen (thematische) trefwoorden en geografische trefwoorden.
Thematische trefwoorden
Via thematische trefwoorden wordt verwezen naar de aard en doelgroep
van de organisatie, de activiteiten van de persoon, en naar de in
de publicatie en het archief behandelde onderwerpen. Er worden geen
namen van organisaties, personen of periodieken opgenomen.
Hoewel voor de opbouw werd uitgegaan van de woordsystemen (trefwoordenlijsten,
thesauri) van de vier participerende archiefinstellingen, werd het
ODIS-woordsysteem sui generis uitgewerkt.
Aangezien de gebruiker van de databank over een gemengd ontsluitingssysteem
van ontlening (full-text-retrieval) en toekenning (trefwoorden)
beschikt, kon het ODIS-woordsysteem post-coördinatief opgebouwd
worden. De termen worden tijdens de zoekgang gecombineerd: het ODIS-woordsysteem
is daardoor een thesaurus. Door het booleaans zoeken heeft de gebruiker
hierbij een waaier aan mogelijkheden: hij kan zelf complexe onderwerpen
construeren.
Niettemin is er een vorm van pre-coördinatie ingebouwd: er
werden hiërarchische relaties gelegd tussen de trefwoorden
door aan elk onderwerp telkens drie soorten trefwoorden toe te kennen.
Die drie soorten zijn: (1) clustertrefwoorden. (2) groepstrefwoorden
en (3) specificatietrefwoorden.
- clustertrefwoorden weerspiegelen de macro-indeling waaruit het
ODIS-bestand is opgebouwd (bijv.: economie, cultuur,
onderwijs);
- groepstrefwoorden behelsen twee soorten trefwoorden: de verschillende
vormen van organisaties (bijv.: vakbonden, beroepsverenigingen)
en de ideologische en maatschappelijke strekkingen (bijv.: socialisme,
solidarisme);
- specificatietrefwoorden: gaan in op de specifieke kenmerken
van de organisatie, de persoon, het periodiek of het archiefbestand.
De gebruiker wordt ook op andere manieren begeleid bij de zoekgang.
Zo refereren een aantal verwijstermen automatisch aan de in het
woordsysteem gebruikte voorkeursterm (bijv. bij het gebruik van
het trefwoord zwangerschapsafbreking wordt automatisch
naar het synoniem abortus geleid). Die woordkeuze
betreft niet alleen synoniemen, maar ook quasi- of gelegenheidssynoniemen,
zoals antoniemen.
Zonodig worden zoektermen gedefinieerd door middel van kwalificaties
en toelichtingen. Die woorddefinities verduidelijken de betekenis
van een term. Kwalificaties dienen om termen met dezelfde schrijfwijze
van elkaar te onderscheiden (bijv. spinnen [draad
vormen]). De kwalificatie maakt integraal deel uit van
de term en wordt achter het woord geplaatst.
Toelichtingen worden gebruikt om duidelijk te maken welke betekenis
men aan een term toeschrijft. Toelichtingen maken geen deel uit
van de term en worden achter het woord tussen ronde haken geplaatst
(bijv. andersdenkenden (als concept)).
Bij de woordredactie van de termen worden een aantal regels in
acht genomen. De voornaamste zijn:
- termen met getallen worden met cijfers geschreven (bijv. 1-mei
vieringen);
- niet-Latijnse lettertekens worden getranscribeerd;
- niet-lettertekens (diakritische en interpunctie-tekens, ideogrammen)
worden niet vertaald naar lettertekens (bijv. Röntgen
en niet Roentgen);
- voor zaaktermen wordt het meervoud gebruikt (bijv. mijnwerkers
en niet mijnwerker). Dat is echter niet het geval
bij stofbegrippen, abstracte begrippen en termen op basis van
individuele begrippen (eigennamen) en ook niet indien voor zaaktermen
enkelvoud en meervoud een verschillende betekenis hebben (bijv.
statistiek en statistieken);
- substantieven of een van het werkwoord afgeleid substantief
worden prioritair gebruikt (bijv. voorlichting
en niet voorlichten);
- de nieuwe spellingsregels worden gevolgd (bijv. Vlaamse
beweging en niet Vlaamse Beweging);
- samenstellingen worden zoveel mogelijk vermeden, tenzij het
staande uitdrukkingen betreft (bijv. niet: kinderalimentatie,
maar: kinderen ; alimentatie.
Wel: kinderar-beid).
Geografische trefwoorden
Geografische trefwoorden illustreren het werkingsbereik van een
organisatie, de invloedssfeer van een persoon, het verspreidingsgebied
van een publicatie of de geografische ruimte waarop een archief
betrekking heeft.
De geografische trefwoordenlijst werd hiërarchisch opgebouwd: werelddelen,
landen, Belgische provincies, arrondissementen, gemeenten, deelgemeenten
zijn er aan elkaar gekoppeld. Het
apparaat geeft de huidige (1997) territoriale en administratieve
indeling van België weer. Ze
bevat een nagenoeg volledig lijst van Belgische en Nederlandse plaatsnamen
en bovendien een brede set aan historische verwijstermen.
|