Intermediaire structuren en democratie
Het afsluitend internationaal symposium Intermediary Structures
& Democracy: an Historical Approach vond plaats op
28 en 29 november 2003 in Leuven (Provinciehuis Vlaams-Brabant)
en Brussel (Vlaams Parlement).
ODIS bracht voor deze gelegenheid een brede waaier aan internationale
onderzoekers samen. Het symposium was opgebouwd uit drie sessies.
Tijdens een inleidende voordracht door prof. dr. Marc Hooghe (K.U.Leuven)
werd in historisch perspectief een goede stand van zaken gegeven
van het aanhoudende debat binnen sociale wetenschappen over de veronderstelde
functies van intermediaire structuren binnen het democratisch bestel.
Het was een waardevol aanknopingspunt, waarnaar tijdens de volgende
sessies ook aanhoudend werd verwezen.
Vervolgens werd tijdens een eerste sessie van gedachten worden
gewisseld over de wijze waarop een nieuw onderzoeksinstrumentarium
kan worden gecreëerd, teneinde vernieuwend diepteonderzoek
naar het middenveld mogelijk te maken. Naast de voorstelling van
de ODIS-databank, kwamen diverse (vergelijkbare) buitenlandse voorbeelden
aan bod.
Kees Mandemakers (IISG) gaf een overzicht van de belangrijkste
historische databanken ontwikkeld in Nederland, met veel aandacht
voor het project Historical Sample of the Netherlands (HSN).
Hans Jörg Lieder (Staatsbibliothek zu Berlin) illustreerde
de ontwikkelingen in Duitsland, waar de belangrijkste authority-databanken
gaandeweg evolueren en verbonden worden tot brede contextuele instrumenten.
Het door hem geleide Leaf-project (Linking and Exploring
Authority Files), waarvan ODIS als enige Belgische onderzoeksgroep
observing partner is, ontwikkelt daartoe de nodige
instrumenten. Dick Sargent van het Britse National Register of Archives
tenslotte gaf toelichting bij de contextuele databanken die door
de archiefwereld worden opgebouwd en de standaarden die terzake
internationaal worden ontwikkeld.
In een tweede sessie werd verder ingezoomd op de rol van intermediaire
structuren in de democratische samenleving. Marcus Kreuzer (Villanova
University, Pennsylvania) gaf een zeer scherpzinnige gedachteoefening
ten beste over de plaats van politieke partijen in het middenveld
en hun verhouding met het democratisch bestel. Dirk Berg-Schlosser
(Phillips University Marburg) ontwikkelde de resultaten van zijn
toonaangevend internationaal-comparatief onderzoek naar de evolutie
van de (democratische) regimes tijdens het interbellum en besteedde
vanzelfsprekend ruim aandacht aan de rol van intermediaire structuren
binnen de vastgestelde processen. Jonathan Morris (University College
London), toonde in zijn lezing over de evoluerende politieke allianties
van de Italiaanse middenstandsbeweging aan dat intermediaire structuren
niet per definitie democratie bevorderen maar een merkwaardig adaptatievermogen
ontwikkelen, teneinde hun (politieke) doelstellingen te kunnen bewerkstelligen.
Bob Reinalda (K.U.Nijmegen) analyseerde de rol van intermediaire
structuren op het internationaal niveau en constateerde dat zij
eerder meedraaien in ondemocratisch en zelfs bureaucratisch overlegsysteem.
Tijdens de namiddagzitting werd stilgestaan bij de wijze waarop
democratische denkbeelden en attitudes zich gaandeweg hebben genesteld
binnen de verenigingscultuur van de intermediaire structuren, bv.
in hun activiteitenpatroon, taalgebruik en rituelen. Patricia R.
Turner (University of Wisconsin) ontwikkelde hiertoe een theoretisch
en conceptueel raamwerk. Ze constateerde dat het begrip sociaal
kapitaal, zoals ontwikkeld door James Coleman, Pierre Bourdieu
en Roger Putnam, voor historici weinig aanknopingspunten biedt.
Haar eigen (grensverleggend) onderzoek inzake de organisatiecultuur
van Franse arbeidersverenigingen maakte duidelijk dat organisatorische
ecologie en sociale netwerkanalyse meer inzichten kan aandragen.
Hannelore Vandebroek (K.U.Leuven) die de ter elfder ure verontschuldigde
Mieke Aerts verving, bracht een interessant referaat over gender
en organisatiecultuur, met als specifieke casus de moeizame incorporatie
van de Syndicale Dienst voor Vrouwen binnen het Algemeen Christelijk
Vakverbond (ACV). Claudia Hiepel (Universität Essen) tenslotte,
schetste de resultaten van haar onderzoek naar de organisatiecultuur
in de Duitse katholieke arbeidersbeweging.
De door Patrick Pasture (K.U.Leuven) ontwikkelde conclusies brachten
dwarslijnen aan en openden het onderzoeksperspectief. Hij constateerde
o.m. dat om de relatie tussen intermediaire structuren en democratie
in historisch perspectief te duiden, diverse breuklijnen in rekening
moeten worden gebracht: klasse, gender, nationaliteit, etniciteit,
ideologie en wereldbeeld. Het onderzoek terzake mag evenmin voorbij
gaan aan de groeiende rol van de Staat en de massaficatie
van de samenleving in de negentiende en twintigste eeuw.
De acta van dit symposium worden gepubliceerd. Het enthousiasme
van de deelnemers en de diverse onderzoeksmatige contactpunten die
werden gesignaleerd, overtuigden de ODIS-partners dat door deze
manifestatie een waardevol netwerk werd gecreëerd, waarvan
de activiteiten tijdens de volgende jaren dienen te worden gecontinueerd
en verbreed.
|